Loading...
You are here:  Home  >  What inspires us:  >  Current Article

De stille kracht van het activeren

By   /   July 7, 2014  /   No Comments

Marcel Spierts schreef ‘De stille krachten van de verzorgingsstaat’. Een boek over sociaal-culturele professionals.

‘Het valt me al heel lang op dat sociaal-culturele professionals veel te weinig waardering krijgen voor wat ze doen. Tegelijkertijd is er nauwelijks iets over hun werk bekend, er is weinig onderzoek naar gedaan, voor een deel omdat het vaak lokaal en plaatsgebonden is. Het was mijn drive dat historisch uit te zoeken. Tijdens mijn onderzoek werd mij duidelijk dat sociaal-culturele professionals in heel veel situaties het verschil weten te maken, maar dat dat wel sterk afhangt van personen, situaties en condities. Mij fascineert het hoe deze professionals als beroepsgroep sterker kunnen worden.’

Kijk, daar grijp je onze aandacht mee. Waarom? Nou, neem één van de regeringspartijen, die wil “Nederland sterker en socialer maken”. Maar als je niet weet wie daar dagdagelijks mee bezig zijn, en hoe die mensen dat doen, dan is “Nederland sterker en socialer maken” slechts een abstract en theoretisch doel. En dat is maar één praktisch voorbeeld waaruit de relevantie blijkt. Wat te denken van de “participatiesamenleving”? Inzicht in hoe professionals door de decennia heen mensen weten te activeren lijkt ons cruciaal voor het op gang brengen, en houden, van die participatiesamenleving. Misschien verklaart dat, het ontbreken van dat inzicht, zelfs wel waarom onze premier zo worstelt met het concreet maken van wat hij met “participatiesamenleving” bedoelt én beoogt… (link naar Elsevier)

Hoe dan ook, Sociale Vraagstukken had een uitgebreid interview met Marcel Spierts waar we een paar stukjes uitpikken en vervatten in een blogpost in telegramstijl. Onderaan deze blogpost krijgt u van ons de link naar het hele interview. (Houd u er alstublieft rekening mee dat we stukjes uit het interview halen. Het ontbreken van de context kan gevolgen hebben voor de lading):

.

Zit er een persoonlijke kant aan je drive?

‘Mijn ouders hadden een drogisterij… Ze speelden een actieve rol in het verenigingsleven… Mijn vader had de bijzondere gave om mensen te verbinden… Hij had het subtiele vermogen om als tussenpersoon prominent aanwezig te zijn én stil op de achtergrond te verkeren. Precies die kwaliteit waarover de moderne sociaal-culturele professional behoort te beschikken.

.

In je boek onderscheid je vanaf 1945 vier perioden in de geschiedenis van het sociaal-cultureel werk. Wat viel je op aan die tijdvakken?

1945-1965 – ‘… De intellectuele en politieke elites zijn bang voor zedenverwildering, normvervaging en onmaatschappelijk gedrag. Opdat mensen integreren in de samenleving, kijken ze naar de sociaal-culturele beroepen. Op een gegeven moment ervaren de sociaal werkers dit elitair paternalisme als een blokkade en beginnen ze zich daarvan los te maken. Dat doen ze onder meer door in hun werk steeds meer aan te sluiten bij de vragen en wensen van de “gewone” burger…’

1965-1980 – ‘… De sociaal-culturele professionals politiseren en radicaliseren. In plaats van methodisch te werken, laten de professionals hun beroep ontaarden in abstracte maatschappijkritiek. Een aantal mensen probeert de professionalisering nog voort te zetten, door het opzetten van beroepsorganisaties en beroepscodes, maar daar komt vrij weinig van terecht.’

1980-2000 – ‘… Er ontstonden nieuwe benaderingen, zoals wijkgericht werken, de netwerkaanpak en projecten voor schoolverlaters, en professionals gingen methodischer en zakelijker werken.’

2000-2010 – ‘… herwaardering van het sociaal werk: “activering en participatie” worden weer belangrijk. Daar komt wel bij dat het beroep afhankelijker wordt van politiek en beleid, en dat komt de bewegingsruimte en het zelfvertrouwen niet altijd ten goede.’

‘Hoe verschillend de ontwikkelingen in de onderscheiden tijdvakken ook zijn, er is één constante te ontwaren, namelijk die van activering.’

.

Je ontdekt in je boek wat je noemt ‘de logica van het activeren’, die het beroep van de sociaal-culturele professional door de jaren heen typeert. Wat doet iemand die zo werkt?

‘In mijn boek werk ik de logica van het activeren uit aan de hand van een aantal begrippen: aansluiten en afstemmen, empowerment, partnership, arrangeren en ensceneren en ten slotte verbinden. Een professional of vrijwilliger die volgens deze logica werkt, brengt mensen bij elkaar, en op de plek waar dat gebeurt, heeft die aandacht voor wat er tussen mensen onderling speelt én voor wat er met individuen aan de hand is. Er zit ambachtelijkheid in: weten wanneer je iemand moet confronteren dan wel ruimte moet geven, wanneer je moet uitdagen en veiligheid moet bieden. Er zit ook vakmanschap in: dat je meeromvattend kijkt, oog hebt voor de bredere context, waar je verschil kan maken, waar je verbindingen kan leggen en ziet wat mensen nodig hebben.’

.

Je stelt dat sociaal-culturele professionals genoeg aandacht krijgen als het draait om professionaliteit, maar dat vakmanschap en ambachtelijkheid de stiefkindjes zijn. Leg eens uit.

‘Het is opvallend hoeveel oog er in de sector is voor hoe de professional zich dient te verantwoorden en te legitimeren tegenover de buitenwacht. Voor output-cijfers, meetbare resultaten, kortom: voor hoe hij zijn beroepsgroep vertegenwoordigt. Maar voor de manier waarop hij confronteert of ruimte biedt, ofwel voor ambachtelijkheid, en voor de vraag of hij oog heeft voor de brede context, voor vakmanschap dus – daar gaat het nauwelijks over…’

.

Ook de pleitbezorgers van burgerkracht zijn kritisch over professionals. Ze zouden mensen eerder in de weg zitten dan ze verder helpen.

‘Ik ben niet tegen burgerkracht, ik zie ook wel in dat de term een zekere retorische kracht heeft. Maar het is wishful thinking dat burgerkracht vanzelf zal ontstaan… ’

‘… 35 procent van de ouderen voelt zich eenzaam. Een grote groep kan niet op een netwerk terugvallen. Bezuinigingen op de huishoudelijke hulp hebben voor die ouderen een enorme impact. De verwachting is dat die mensen klachten gaan ontwikkelen en zich bij de huisarts, maatschappelijk werker of fysiotherapeut melden. Een initiatief als “welzijn op recept” waarbij de huisarts doorverwijst naar het welzijnswerk, is in dit opzicht interessant.’

.

Politiek en samenleving moeten volgens jou dus blij zijn met sociaal werkers?

‘Beslist. In de sociaal-culturele beroepen zit heel veel vernieuwingspotentieel, dat is historisch ook wel gebleken. Wanneer de samenleving in deze professionals investeert, is dat in feite een investering in de vernieuwing van zichzelf. In sociale innovaties, samen met burgers en vrijwilligers. Daar ligt de kracht van deze beroepen.

 

 

Wow! voetnoot:

Wij voelen ons aangesproken door Marcel Spierts, zijn boek en het interview dat hij gaf. Wow! is weliswaar niet de sociaal-, maatschappelijk- of cultureel werker (in loondienst van instituties) waar Marcel Spierts over spreekt. We zijn in zekere zin wél de nieuwe eigentijdse private variant:

Wow! helpt mensen in hun kracht. We activeren, smeden samenwerkingsverbanden en leggen verbindingen. We creëren ruimte voor initiatief en voor zelfregie. We koesteren het ambacht dat ‘activeren’ heet, en dienen met dat ambacht de belangen van mensen en van organisaties. En dat doen we, met een modieuze noemer, als ‘social enterprise’.

Wat ons nou een aardige gedachte lijkt is om samen met u, en wellicht ook met Marcel Spierts, te verkennen of er meer van het sociaal-culturele werk gedaan kan worden op de ‘participatiesamenleving’ manier; in de vorm van sociaal ondernemerschap. Want dáár hebben we in het interview niets over gehoord…

We zien uw reactie (hieronder) met belangstelling tegemoet.

.

Wow! projecten:

.

Andere, relevante, artikelen op dit blog:

    Print       Email

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *