Loading...
You are here:  Home  >  What worries us:  >  Current Article

Een evaluatie van de Big Society

By   /   March 18, 2016  /   No Comments

David-CameronVolgens een evaluatie van de Big Society, het beleidsprogramma waarmee David Cameron in mei 2010 zijn ambtstermijn begon, is deze goeddeels mislukt. Wat kunnen we daarvan in Nederland en Vlaanderen leren?

De Big Society-agenda van David Cameron behelsde vijf jaar geleden drie bewegingen: versterking van de eigen kracht van lokale gemeenschappen, hervorming van de publieke dienstverlening (meer ruimte voor vrijwilligersorganisaties) en een actievere rol voor burgers in de samenleving. Onderzoekers van de Britse denktank Civil Exchange concludeerden in mei dat de resultaten van het programma vooral negatief zijn. De uitkomsten van het onderzoek zijn choquerend.

Sinds 2001 hebben steeds minder mensen het gevoel dat ze de lokale besluitvorming kunnen beïnvloeden. De teleurstelling in het politieke systeem blijft wijdverbreid. Lokale gemeenschappen zijn niet sterker geworden, ze zijn eerder verzwakt. Lokale overheden hebben niet meer verantwoordelijkheden gekregen. De hervorming van de publieke dienstverlening heeft níet geleid tot meer eigenaarschap van burgers of van de professionals. Sterker nog, een beperkt aantal private aanbieders domineert deze sector.

Hoewel de onderzoekers niet alleen kommer en kwel zien – zo wordt er nu op 141 plaatsen gebruik gemaakt van buurtbudgetten – is het ultieme doel van het Big Society-programma niet gehaald. Het is niet gelukt om de verschillen tussen arm en rijk minder schrijnend te maken. Sterker nog, het Verenigd Koninkrijk is verdeelder dan ooit. Het zijn vooral de mensen die het toch al goed hebben, de meest welvarende mensen, die sociaal actief zijn, die profijt hebben van publieke voorzieningen, die lokaal invloed hebben. Er is ook een kloof tussen het zuiden en het noorden, tussen de stad en het platteland. Mensen met een beperking zijn zwaar getroffen door de bezuinigingen en ondervinden het sterkst de gevolgen van de geringere inkomsten van vrijwilligersorganisaties.

Wat is er nodig voor een goede Big Society?

De Big Society agenda van Cameron is dan weliswaar mislukt, het denken in termen van Big Society is bij politici en beleidsmakers zeker niet verdwenen. Daarom bieden de onderzoekers vier ingrediënten voor een goede Big Society, die meteen duidelijk maken waar het is misgegaan:

1. Echte samenwerking met de civil society is nodig, met een werkelijk gedeelde verantwoordelijkheid.

2. Lokale gemeenschappen moeten daadwerkelijk zeggenschap krijgen over voorzieningen die hen rechtstreeks raken. Dus niet alleen over buurtwinkels en de inrichting van de woonomgeving, maar ook over zorg en ondersteuning.

3. Voor een inclusieve en eerlijke samenleving is het noodzakelijk dat geld en menskracht wordt ingezet waar dat het hardst nodig is. Met name het vrijwilligerswerk moet extra ondersteund worden.

4. Meer sociaal ondernemerschap.

 

zwerver

 

Betekenis voor Nederland en Vlaanderen

De uitkomsten van dit onderzoek zijn geen verrassing. We herkennen een deel van onze analyse van vier jaar geleden (Steyaert & Winsemius 2011). Toen vroegen we ons bijvoorbeeld af of er wel werkelijk een overheveling van taken naar een decentrale niveau zou gaan plaats vinden. En of er wel voldoende werd aangesloten bij bestaande burgerinitiatieven en vrijwilligersactiviteiten. Het is natuurlijk vleiend om gelijk te krijgen, maar daar gaat het niet om.

Ons artikel destijds was ook een reactie op het enthousiasme over Big Society in Nederland en Vlaanderen. Ook hier kom je de term nu eigenlijk niet meer tegen. Maar elementen eruit vinden wel hun weg, zoals de Right to Challenge uit de Locality Act. Het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA) pleit bijvoorbeeld al langere tijd voor buurtrechten. In verschillende Nederlandse gemeenten wordt dit recht inmiddels opgenomen in de Wmo-verordening. En de Big Society gedachte dat een overheid zich moet terugtrekken uit het maatschappelijk veld waardoor vanzelf ruimte ontstaat voor burgerinitiatieven doet het ook nog steeds goed in beide landen.

 

Wat kunnen we leren van de evaluatie van Big Society?

Wij zien in de Engelse mislukking drie lessen voor Nederland en Vlaanderen.

1. Doe wat je zegt
Mooie woorden zijn niet genoeg, hoe inspirerend ze ook kunnen zijn. Overheden zijn ongeloofwaardig wanneer ze enerzijds zeggen: meer zelf doen, en anderzijds allerlei beleidsmaatregelen nemen die het onmogelijk maken om het zelf te doen. Denk bijvoorbeeld aan de beperking van professionele ondersteuning aan huis in Nederland als gevolg van de wijzigingen in de AWBZ.

2. Neem bewoners serieus, maak ruimte en trek samen op
Echte samenwerking tussen overheden en burgerinitiatieven betekent dat je elkaar respecteert, ook al ben je verschillend. Een overheid heeft procedures nodig zoals aanbestedingen en verantwoording. Daar hoort een bepaald soort bureaucratie bij, bepaalde formele regels. Civil society, vrijwilligers en burgerinitiatieven werken anders. Als bijvoorbeeld een (lokale) overheid een bibliotheek overdraagt aan vrijwilligers, wordt het minder zinvol exact het aantal uitleningen en bezoeken te tellen, maar wel zo belangrijk dat er een gezellige sfeer is en dat de vrijwilligers onderling ook een sociaal netwerk uitbouwen. Helaas zien we ook in Nederland dat bij overdracht van taken van de (lokale) overheid aan burgerinitiatieven verwacht wordt dat daarmee ook de oude regels en bureaucratie overgenomen wordt. Dat werkt natuurlijk niet.

Het serieus nemen van burgers houdt ook in dat bepaalde groepen niet worden weggezet als potverteerders. In Engeland zagen we dat dezelfde overheid die met Big Society burgers opriep om meer te participeren, tegelijkertijd een weinig subtiele minachting liet zien voor dat deel van de bevolking waarvan veel werd verwacht. Zo liet de Britse minister van financiën George Osborne zich in 2010 zeer negatief uit over mensen die trachten te overleven op uitkeringen. Alsof overleven op uitkeringen een bewuste keuze is, alsof het een luxe-leventje is.

3. Inclusief of exclusief?
Ga er niet te gemakkelijk van uit dat iedereen wel meegenomen wordt. Niet alleen de evaluatie van Big Society laat zien dat bepaalde groepen niet bereikt worden, ook recente publicaties in Nederland van Evelien Tonkens en Marcel Ham wijzen in die richting. Burgerinitiatieven zijn niet per definitie inclusief. De vaardigheden om te participeren zijn niet gelijk verdeeld.

 

Deze lessen zijn niet nieuw. Het zijn terugkerende waarschuwingen. De Engelse evaluatie van Big Society onderbouwt ze met soms onthutsende cijfers. Het meest opvallende daaraan is misschien nog wel de frictie die zij blootleggen tussen verschillende typen beleidsdoelstellingen. Enerzijds zien ze een breed gedragen steun voor het idee van Big Society, ook – nog steeds – in het Verenigd Koninkrijk. Wie is er nu tegen een samenleving waarin mensen meer zeggenschap krijgen over publieke voorzieningen die voor hen van belang zijn? Anderzijds blijken deze ideeën in de praktijk een geduchte tegenstander te hebben, in de vorm van het marktdenken. Ook bij ons is dit doorgedrongen tot in de haarvaten van ons publieke bestel: in de zorg, in het onderwijs, in de sociale zekerheid. En dit lijkt onverenigbaar met de transitie naar een samenleving waarin de menselijke maat weer meer centraal staat.

 

Aletta Winsemius is senior onderzoeker bij Movisie. Jan Steyaert is redacteur van de Canon Sociaal Werk en is verbonden aan de master Sociaal Werk van de Universiteit Antwerpen en het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen.

 

• Foto: Number 10 (Flickr Creative Commons)

• Dit artikel is een sterk ingekorte versie van het stuk verscheen in het tijdschrift voor Sociale Vraagstukken, dat voor groot deel is gewijd aan het Nationaal Laboratorium Burgers, boeren en buitenlui op 6 november.

• Dit artikel is integraal overgenomen van: Sociale Vraagstukken

    Print       Email

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *